Anthropic heeft op 24 juli 2026 Claude Opus 5 uitgebracht. Het model is volgens de aankondiging direct "op alle platforms" beschikbaar en in de Claude API aan te roepen onder het model-ID claude-opus-5. De positionering is in één zin samengevat: een model dat "dicht bij de frontier-intelligentie van Claude Fable 5 komt, voor de helft van de prijs". Op coderings- en kenniswerk-evaluaties zoals Frontier-Bench en GDPval-AA noemt Anthropic Opus 5 de nieuwe state-of-the-art; op cybersecurity-taken blijft het achter Mythos 5.
Hieronder de feiten uit de aankondiging, geordend op wat er voor gebruikers en integrators verandert: prijs en snelheid, benchmarks, nieuwe API-functies en de grenzen die Anthropic zelf benoemt.
Kerngegevens in één overzicht
| Onderdeel | Claude Opus 5 |
|---|---|
| Model-ID (Claude API) | claude-opus-5 |
| Beschikbaar sinds | 24 juli 2026, "op alle platforms" |
| Prijs | $5 per miljoen invoertokens, $25 per miljoen uitvoertokens (gelijk aan Opus 4.8) |
| Fast mode | circa 2,5× de standaardsnelheid, tegen 2× de basisprijs |
| Standaardmodel op | Claude Max; sterkste model op Claude Pro |
| Contextvenster | niet genoemd in de aankondiging |
Prijs: gelijk aan Opus 4.8, met een snelle variant
De prijs van Opus 5 is niet gewijzigd ten opzichte van zijn voorganger Opus 4.8: $5 per miljoen invoertokens en $25 per miljoen uitvoertokens.
Fast mode draait volgens Anthropic op ongeveer 2,5 keer de standaardsnelheid. Net als bij Opus 4.8 kost fast mode twee keer de basisprijs op het Claude Platform ($10/$50 per miljoen tokens) en is het in Claude Code beschikbaar via usage credits. De aankondiging zegt niets over kwaliteitsverschillen tussen de twee modi.
Positionering: Opus 4.8, Opus 5, Fable 5, Mythos 5
De aankondiging vergelijkt Opus 5 met drie andere modellen: Opus 4.8 (de voorganger, zelfde prijs), Fable 5 (het frontier-model, waarvan Opus 5 de helft kost) en Mythos 5 (waarmee het op veiligheidsgebied wordt vergeleken). In de alignment-paragraaf wordt daarnaast Sonnet 5 genoemd. Op Claude Max is Opus 5 het nieuwe standaardmodel; op Claude Pro is het volgens Anthropic het sterkste beschikbare model.
Benchmarks zoals Anthropic ze rapporteert
Anthropic geeft de meeste uitkomsten relatief weer (ten opzichte van Fable 5, Opus 4.8 of "het op één na beste model") en koppelt ze aan de kosten per taak. De grafieken op de pagina tonen prestaties per effort-niveau: een instelling waarmee klanten volgens de aankondiging kunnen kiezen tussen maximale intelligentie of tokenbesparing voor snellere en goedkopere antwoorden. Genoemde niveaus zijn high, xhigh en max.
| Benchmark | Resultaat volgens Anthropic |
|---|---|
| Frontier-Bench v0.1 | boven alle andere modellen; meer dan het dubbele van Opus 4.8, tegen lagere kosten per taak |
| CursorBench 3.2 | op max effort binnen 0,5% van de piekscore van Fable 5, tegen de helft van de kosten per taak; op high, xhigh en max effort meer prestatie per kostprijs dan alle andere modellen |
| ARC-AGI 3 | drie keer de score van het op één na beste model |
| Zapier AutomationBench | circa 1,5× het slagingspercentage van het op één na beste model bij gelijke kosten per taak; ook op het laagste effort-niveau meer geslaagde taken dan elk ander model |
| OSWorld 2.0 (computer use) | beter dan elk ander model bij elke kostprijs; overtreft het beste resultaat van Fable 5 tegen ruim een derde van de kosten |
Voor wetenschappelijk onderzoek meldt Anthropic vooruitgang op alle eigen life-sciences-evaluaties (structuurbiologie, organische chemie, bio-informatica) ten opzichte van Opus 4.8. Twee interne benchmarks worden gekwantificeerd: het afleiden van molecuulstructuren uit spectroscopiegegevens (+10,2 procentpunt) en het voorspellen van het effect van sequentievariaties op eiwitfunctie (+7,7 procentpunt).
Effort-niveaus en vergelijkbaarheid
Omdat de uitkomsten per effort-niveau verschillen, zijn vergelijkingen tussen modellen alleen zuiver bij gelijk niveau of gelijke kosten per taak. De aankondiging vermeldt het niveau expliciet bij CursorBench (max) en AutomationBench (laagste); bij de overige benchmarks presenteert Anthropic de vergelijking als prestatie-per-kostprijs.
Werken met Opus 5: verifiëren en itereren
Anthropic beschrijft Opus 5 als "veel sterker in het verifiëren van eigen werk en zorgvuldig itereren tot het slaagt". Drie voorbeelden uit de aankondiging:
- Bij een Frontier-Bench-taak moest het model een machineonderdeel als 3D-FreeCAD-model reconstrueren uit een tekening die het niet rechtstreeks kon bekijken. Opus 5 schreef een eigen computer-vision-pijplijn om de geometrie uit de pixels te halen en slaagde herhaaldelijk; geen concurrerend model lukte dat in vijf pogingen.
- Bij een echte bug in een populaire open-source package manager vond het model de oorzaak en herstelde het een randgeval dat de community-patch had gemist.
- Een engineer bij een handelsfirma bouwde in één sessie een marktdatafeed voor een nieuwe beurs; zonder live feed om tegen te testen bouwde Opus 5 zelf een testharnas.
Tegelijk met het model verschijnen twee bètafuncties:
- Mid-conversation tool changes op het Claude Platform: de set tools die Claude mag gebruiken kan binnen een gesprek worden gewijzigd zonder de prompt-cache ongeldig te maken.
- Automatic fallbacks op de API: verzoeken die door de veiligheidsclassifiers op Opus 5 (of Fable 5) worden gemarkeerd, kunnen automatisch naar een ander model worden gerouteerd in plaats van geblokkeerd.
Wat Anthropic zelf als grens benoemt
- Opus 5 blijft achter op Mythos 5 in biologisch onderzoek en offensieve cybersecurity; het "verlegt de grens niet" bij risicovolle, dual-use-capaciteiten.
- Net als bij Opus 4.8 is bewust niet op cybertaken getraind. Het model komt dicht bij Mythos 5 in het vinden van kwetsbaarheden, maar blijft ruim achter in het exploiteren ervan. Op de eigen OSS-Fuzz-evaluatie identificeren beide modellen kwetsbaarheden met vergelijkbaar succes, terwijl de exploit-score van Opus 5 ver achterblijft.
- Bij langlopende, autonome onderzoekstaken in de biologie toont het model volgens Anthropic nog belangrijke beperkingen; Mythos 5 blijft daar het sterkere model.
Op alignment scoort Opus 5 volgens de geautomatiseerde gedragsaudit 2,3 op "overall misaligned behavior", de laagste (dus beste) waarde van de recente modellen. Het houdt zich beter aan Claude's Constitution dan Opus 4.8, Sonnet 5 en Fable 5, vertoont de laagste mate van misleidend gedrag en is het minst gevoelig voor misbruik door manipulatie.
Safeguards
De safeguards zijn vergelijkbaar met die van Opus 4.8, met sterkere beperkingen op een smal bereik van cybertaken. De cyber-classifiers zijn "proportioneel minder restrictief dan die op Fable 5": ze laten het vinden van kwetsbaarheden in broncode toe, maar blokkeren binary-based vulnerability scanning, penetratietests en exploit-generatie. Anthropic verwacht dat de classifiers ongeveer 85% minder vaak ingrijpen dan bij Fable 5. In Claude.ai, Claude Code en Claude Cowork vallen gemarkeerde verzoeken standaard terug op Opus 4.8; op de API is die fallback inschakelbaar. Deelnemers aan het Cyber Verification Program (CVP) krijgen direct toegang tot een versie met minder beveiligingsrestricties.
Voor biologie geldt dat Opus 5 door zijn Opus 4.8-achtige safeguards nu het meest capabele algemeen beschikbare model voor wetenschappelijk onderzoek is; biologiegerelateerde verzoeken die op Fable 5 worden geblokkeerd, gaan voortaan naar Opus 5 in plaats van Opus 4.8. Net als eerdere Opus-modellen heeft Opus 5 geen dataretentie-eisen voor algemene toegang.
Samengevat
Claude Opus 5 herschikt vooral de verhouding prijs–prestatie: hetzelfde tarief als Opus 4.8, resultaten die op CursorBench, OSWorld 2.0 en AutomationBench dicht bij of boven Fable 5 liggen tegen een fractie van de kosten per taak, en een fast mode voor toepassingen waar snelheid zwaarder weegt dan prijs. De grenzen zijn even duidelijk gemarkeerd: achter Mythos 5 op biologie en offensieve security, en beperkingen bij langlopende autonome onderzoekstaken. Voor integrators zijn de twee bèta's (toolwijzigingen zonder cache-verlies en automatische fallbacks) het concrete nieuws naast het model zelf.


